Een gezonde bloeddruk is de fundering van een vitaal lichaam, maar de cijfers op het scherm van een bloeddrukmeter roepen bij velen vragen op. Waarom zijn er twee getallen? Wat vertelt het verschil tussen die twee waarden over de conditie van uw vaten? Het begrijpen van de dynamiek tussen uw hartslag en de rustfase van uw bloedsomloop is cruciaal om risico’s op tijd te signaleren. In dit artikel duiken we diep in de wereld van bloeddrukwaarden, zodat u precies weet waar u op moet letten bij uw volgende meting.
Gebruikte bronnen:
- Wat is een gezonde bloeddruk?
https://www.hartstichting.nl/hart-en-vaatziekten/medische-begrippen/bloeddruk/bloeddrukwaarden - Ik heb hoge bloeddruk – Thuisarts.nl
https://www.thuisarts.nl/hoge-bloeddruk/ik-heb-hoge-bloeddruk - NHG-Standaard Cardiovasculair risicomanagement
https://www.nhg.org/standaarden/volledig/nhg-standaard-cardiovasculair-risicomanagement
Inhoud artikel
- De bloeddruk bestaat uit de systolische druk (bovendruk) en de diastolische druk (onderdruk).
- Een gezonde bovendruk ligt tussen 90 en 120 mmHg; een gezonde onderdruk tussen 60 en 80 mmHg.
- Polsdruk is het verschil tussen de boven- en onderdruk en is een graadmeter voor de elasticiteit van de vaten.
- Afwijkende waarden verhogen het risico op ernstige aandoeningen zoals hartaanvallen en beroertes.
- Leefstijlaanpassingen en regelmatige monitoring zijn de effectiefste wapens tegen ontregelde bloeddrukwaarden.
Wat betekenen de cijfers op uw bloeddrukmeter?
Wanneer u uw bloeddruk meet, verschijnen er altijd twee getallen op het scherm van de bloeddrukmeter. Veel mensen kijken enkel naar het bovenste getal, maar voor een compleet beeld van uw cardiovasculaire gezondheid is het essentieel om te begrijpen wat beide waarden betekenen en hoe ze zich tot elkaar verhouden. De bloeddruk is de kracht waarmee het bloed tegen de wanden van de slagaders drukt. Deze druk is niet constant, maar fluctueert bij elke hartslag.
De bovenste waarde die gemeten wordt, is de systolische bloeddruk, in de volksmond ook wel de bovendruk genoemd. De onderste waarde is de diastolische bloeddruk, oftewel de onderdruk. Hoewel beide waarden onafhankelijk van elkaar kunnen stijgen of dalen, vormen ze samen het fundament van uw bloeddrukprofiel. Naast deze twee bekende waarden is er een derde factor die artsen nauwlettend in de gaten houden: de polsdruk. Dit is simpelweg het verschil tussen de boven- en onderdruk. De verhouding tussen deze getallen vertelt vaak meer over uw gezondheid dan een enkel cijfer op zich.
Systolische bloeddruk: De kracht van de hartslag
De systolische bloeddruk, of bovendruk, is vaak de waarde waar de meeste aandacht naar uitgaat. Dit getal geeft aan hoeveel druk het bloed uitoefent op de wanden van de slagaders op het moment dat het hart krachtig samentrekt en het bloed de vaten in pompt. Het is de piekdruk in het systeem tijdens een hartcyclus. Een gezonde systolische bloeddruk ligt meestal tussen de 90 en 120 mmHg.
Wanneer deze waarde structureel boven de 140 mmHg uitkomt, sprekt men van een hoge bloeddruk. Het is belangrijk om alert te zijn op de symptomen van een hoge bloeddruk, omdat een langdurig verhoogde bovendruk de wanden van de slagaders beschadigt. Dit kan leiden tot ernstige aandoeningen zoals hartaanvallen of beroertes. Aan de andere kant kan een waarde lager dan 90 mmHg duiden op een lage bloeddruk. Hoewel dit minder vaak direct gevaarlijk is, kan het leiden tot klachten als duizeligheid en flauwvallen. Om een gezonde bovendruk te behouden, is leefstijl de belangrijkste factor. Denk hierbij aan voldoende beweging, gezonde voeding en het vermijden van roken. In sommige gevallen kan een arts medicijnen voorschrijven om de druk op de vaten te verlagen.
Diastolische bloeddruk: Rust in het vatenstelsel
De diastolische bloeddruk, beter bekend als de onderdruk, is de laagste druk die in de bloedvaten wordt gemeten. Dit gebeurt op het moment dat het hart zich tussen twee slagen in ontspant en zich weer vult met bloed. Hoewel er dan geen bloed actief wordt weggepompt, blijft er altijd een bepaalde basisdruk in de vaten aanwezig om de bloedsomloop op gang te houden. Een gezonde diastolische bloeddruk ligt tussen de 60 en 80 mmHg.
Net als bij de bovendruk is een te hoge onderdruk een waarschuwingssignaal. Het geeft aan dat de vaten ook in de rustfase onder te grote spanning staan, wat op de lange termijn het risico op hart- en vaatziekten aanzienlijk vergroot. Het verlagen van een te hoge onderdruk volgt vaak hetzelfde pad als bij de bovendruk: minder zoutinname, minder alcohol, stoppen met roken en regelmatig bewegen. Omdat de onderdruk een cruciaal aspect is van de algehele hartgezondheid, is het verstandig om deze waarde regelmatig te laten controleren. Door tijdig in te grijpen bij afwijkingen, kunt u de elasticiteit van uw vaten beschermen en een gezonde levensstijl langer volhouden.
Polsdruk: De verborgen indicator van vaatgezondheid
Polsdruk, in medische termen ook wel pulse pressure (PP) genoemd, is een waarde die u niet direct op de bloeddrukmeter ziet staan, maar die u eenvoudig zelf kunt berekenen. Het is het verschil tussen de bovendruk en de onderdruk. Als uw bloeddruk bijvoorbeeld 120/80 mmHg is, dan is uw polsdruk 40 mmHg (120 min 80). Deze waarde vertelt ons veel over de conditie en de stijfheid van de grote slagaders.
Een normale polsdruk ligt tussen de 30 en 40 mmHg. Een verhoogde polsdruk (boven de 60 mmHg) is vaak een directe indicatie van slagaderverkalking. Wanneer de vaten stijver worden door kalk- en vetophopingen, kunnen ze de drukgolf van het hart minder goed opvangen, waardoor de polsdruk oploopt. Naarmate we ouder worden, heeft de polsdruk de neiging om op te lopen, maar extreme waarden boven de 60 mmHg kunnen zeer gevaarlijk zijn. Aan de andere kant kan een lage polsdruk (onder de 30 mmHg) wijzen op een verminderde hartfunctie. Omdat de polsdruk zo nauw verbonden is met de elasticiteit van uw vaten, is het een van de belangrijkste waarden om te bespreken met uw arts bij twijfel over uw hartgezondheid.
Monitoring: Het belang van regelmatige meting
Het begrijpen van uw bloeddrukwaarden is de eerste stap, maar actie ondernemen is de tweede. Omdat een afwijkende bloeddruk of polsdruk vaak geen directe klachten geeft, wordt het ook wel een ‘stille sluipmoordenaar’ genoemd. Regelmatige controle is de enige manier om zekerheid te krijgen over de status van uw hart en vaten. Door zelf thuis te meten, bijvoorbeeld met een betrouwbare Omron bloeddrukmeter, krijgt u een nauwkeurig beeld van uw gemiddelde waarden over een langere periode.
Thuis meten voorkomt ook het zogenaamde ‘wittejasseneffect‘, waarbij de bloeddruk bij de arts hoger uitvalt door spanning. Naast het gebruik van een goede meter, is een gezonde leefstijl onontbeerlijk. Beperk zout, beweeg dagelijks en probeer stress te verminderen. Mocht u merken dat uw polsdruk consequent hoog is of dat uw bovendruk de 140 mmHg overstijgt, neem dan altijd contact op met uw huisarts. Door proactief om te gaan met uw bloeddrukwaarden, neemt u de regie over uw eigen gezondheid en verkleint u de kans op chronische aandoeningen aanzienlijk.
Veelgestelde vragen:
Hoewel artsen vaak veel waarde hechten aan de bovendruk (systolische druk) omdat dit een sterke voorspeller is voor beroertes, is de onderdruk (diastolische druk) net zo belangrijk voor het bepalen van de algehele hartgezondheid. Een structurele verhoging van één van beide waarden is al voldoende om van een hoge bloeddruk te spreken.
U kunt uw polsdruk heel eenvoudig berekenen door de onderdruk af te trekken van de bovendruk. Als uw meting bijvoorbeeld 135/85 mmHg aangeeft, dan is uw polsdruk 50 mmHg ($135 – 85 = 50$). Een waarde tussen de 30 en 40 mmHg wordt als ideaal beschouwd.
Naarmate we ouder worden, verliezen de slagaders een deel van hun natuurlijke elasticiteit en worden ze stijver. Dit proces zorgt ervoor dat de bovendruk stijgt terwijl de onderdruk vaak gelijk blijft of zelfs daalt, waardoor het verschil tussen beide getallen (de polsdruk) groter wordt.
Ja, een polsdruk die constant boven de 60 mmHg ligt, wordt geassocieerd met een hoger risico op hart- en vaatziekten en kan een teken zijn van vergevorderde aderverkalking of problemen met de hartkleppen. Het is in dat geval raadzaam om contact op te nemen met uw huisarts.
Stress en angst zorgen voor een tijdelijke aanmaak van hormonen zoals adrenaline, waardoor het hart sneller gaat slaan en de bloedvaten vernauwen. Dit heeft meestal een direct effect op zowel de bovendruk als de onderdruk, wat resulteert in een algeheel hogere meting.
Aanbevolen artikelen:
ik heb een prima bovendruk, echter soms een te lage onderdruk
Wat is uw advies
Goedendag, als u er geen klachten van heeft dan is het vaak onschuldig. Mocht u wel klachten hebben zoals duizeligheid, vermoeidheid of hoofdpijn dan raden wij u aan om contact op te nemen met de huisartenpraktijk om het verder te laten onderzoeken.
Ik heb vaak een onderdruk tussen de 81 en 95, terwijl bovendruk 115-125 is. Volgens mijn huisarts niets aan het handje, maar voel me vaak duizelig of intens moe zo moe dat ik echt moet liggen en dan in slaap val. Wel kort en erna voel ik mij weer redelijk, huisarts vindt het niet nodig om iets met de metingen te doen
Ik begrijp dat uw huisarts dit aangeeft. Een bloeddruk van 120/85 is in principe prima. Ik raad u aan om met uw huisarts te overleggen wat de duizeligheid en moeheid zou kunnen veroorzaken.
Mijn bloeddruk wisselt nogal. Als een arts het meet is het zomaar 155 om 95. Thuis op de bank is het iets van 75 om 110 of nog lager, bij een regelmatige hartslag van 52-55. Dat is al heel lang zo. Weet niet goed of ik me als 77 jarige zorgen moet maken.
Aanvulling. Bij een arts bovendruk 155, onderdruk 95. Op de bank bovendruk 110, onderdruk 75.
Het kan zijn dat u ‘last’ heeft van het witte-jassen-effect. Oftewel een verhoogde bloeddruk bij de arts terwijl deze thuis normaal is. Bij een lage hartslag <60 slagen per minuut) zien we vaak ook een lagere bloeddruk. Het is altijd verstandig om dit te bespreken met uw huisarts. U zou eventueel uw eigen bloeddrukmeter kunnen meenemen naar de huisartsenpraktijk om daar eens te meten. Waarschijnlijk heeft u op uw eigen meter dan ook een hogere meting. Uw huisarts kan, indien noodzakelijk, een 24-uurs meter meegeven om thuis te meten. Dit is niet iets om direct zorgen over te maken.